Twee jaar studiemodules voor restauratoren: een tussentijdse balans
Twee jaar na de start van de studiemodules voor restauratoren is het moment aangebroken om de balans op te maken. Wat was de aanleiding voor deze specialisme-overstijgende modules, hoe zijn ze tot stand gekomen en wat hebben ze tot nu toe betekend voor het werkveld? Coördinator Esther Wieringa maakt de balans op.
Ontwikkeling
Esther: “De studiemodules zijn ontwikkeld in nauwe samenwerking met vertegenwoordigers uit het hele werkveld: beroepsverenigingen, opleidingsinstanties en erfgoedinstellingen. Aanleiding was de invoering van de tijdelijke overgangsregeling binnen het Restauratoren Register, die loopt tot maart 2029. Deze regeling maakt het mogelijk dat zeer ervaren restauratoren zonder erkende opleiding alsnog kunnen toetreden tot het register, mits zij voldoen aan objectieve criteria, zoals werkervaring én indien nodig het volgen van bijscholing. In overleg is vastgesteld welke kennis als essentieel wordt beschouwd voor een register-restaurator. Dit resulteerde in vier studiemodules:
De modules zijn nadrukkelijk geen vervanging van een erkende opleiding, maar vullen hiaten op, die niet altijd door praktijkervaring alleen worden afgedekt.”

Uitvoering
Esther: “Vanaf 2021 startte de daadwerkelijke ontwikkeling van de modules, in nauwe samenwerking met de Universiteit van Amsterdam. Programmadirecteur Maartje Stols-Witlox speelde daarbij een adviserende rol, zowel bij de inhoud als bij het adviseren over de docenten. Voor elke module werden syllabi geschreven door deskundigen uit het werkveld, waarna de modules vanaf oktober 2023 daadwerkelijk van start gingen.”
Doelgroep is breder
“In de afgelopen twee jaar namen circa zeventig professionals deel aan één of meerdere modules, maar liefst 8 personen behaalden het kwartet. Hoewel de modules in eerste instantie zijn opgezet voor restauratoren van roerend erfgoed, blijken zij ook zeer relevant voor professionals, die werkzaam zijn in monumentenzorg en ambachtelijke restauratie, zoals restauratieschilders, restauratieglazeniers en specialisten in historische interieuronderdelen. Met name bij complexe restauraties, waarbij besluitvorming, ethiek en documentatie een rol spelen, bieden de modules duidelijke meerwaarde”, zegt Esther.
Guido Bouwhuis, restaurator van meubelen, heeft de studiemodule Documentatie gevolgd en zegt het volgende over de impact van documentatie: “Er is niet specifiek één punt wat is bijgebleven, maar het is meer het feit dat je gaat documenteren. Dat brengt je tot het veel scherper kijken naar het object waar je mee bezig bent.”
Specialisme overstijgend
“Een opvallend kenmerk van de modules is het specialisme-overstijgende karakter. De groep bestaat uit deelnemers met uiteenlopende achtergronden: van papier- en schilderijenrestauratoren tot restauratoren van meubelen en glas-in-lood. Juist die diversiteit leidt tot waardevolle discussies en kennisuitwisseling. Veel deelnemers noemen dit als een van de grootste pluspunten. Een aantal van hen heeft nog steeds contact met elkaar”, zegt Esther.
Jasper Kipp, restaurator en meubelmaker, volgde de studiemodule ethiek en zegt het volgende over de gemêleerde groep: “Het was heel interessant om erachter te komen dat alle andere zelfstandigen al die jaren in precies hetzelfde pak zitten als ik. Het was fijn om met elkaar te spiegelen. Van vragen als: Waar sta je? Wat kan je toevoegen? tot: Wat is jouw uurtarief? Hoe ziet jouw documentatie eruit?; daar hebben we best wel wat aan gehad. Het was ook nieuw voor me, al die verschillende vakgebieden. Ik hing toch meer bij de mensen van het hout en dat is nu iets verbreed.”

Lesdag van de studiemodule Toegepaste Kunstgeschiedenis voor restauratoren in het Rijksmuseum.
Kwetsbaar opstellen
Esther: “Inhoudelijk blijkt vooral de module basischemie spannend voor veel deelnemers, vaak vanwege het abstracte en rekenkundige karakter. Tegelijkertijd onderstreept dit precies het doel van de modules: het versterken van een onderzoekende, reflectieve houding naast het uitvoeren zelf. De modules bieden niet alleen kennis, maar ook erkenning en voor sommigen daardoor ook meer zelfvertrouwen. Ze vormen een moment van herijking: waar sta ik als professional, wat weet ik en wat nog niet? Uiteindelijk blijkt dat de deelnemers veel meer kunnen dan ze zelf denken.”
De eerste twee jaren zijn goed verlopen en na twee jaar kan worden geconcludeerd dat de studiemodules hun doel bereiken: ze versterken het professionele niveau in het veld, leveren een waardevolle bijdrage aan register-restauratoren (in spé) en creëren nieuwe verbindingen tussen vakgenoten. Dit is geen eindpunt, maar een betekenisvol tussenmoment. Momenteel doet het NCE onderzoek naar de behoefte aan studiemodules over andere relevante, specialisme-overstijgende thema’s.
